Muziekinstrumenten: Hoe komen ze bij De Wachter?

“In mijn kinderjaren hadden we een goede kennis,  waar we steevast naar toe gingen als St. Nicolaas arriveerde. Na het krijgen van de cadeautjes speelde  hij op zijn pianola. Dat vond ik indrukwekkend en zie het nog voor mij. Deze jeugdherinnering  was, denk ik,  mede verantwoordelijk dat ik een zwak had en heb voor automatisch spelende  piano’s. Ik bewonderde de ambachtelijke techniek en de mogelijkheden die ze konden creëren. Ik bezocht vaak in Utrecht het Nationaal museum van Speeldoos tot pierement, maar verder kwam ik niet. De kans kwam pas toen ik bij de molen aan de slag ging.  En dan gaat het toeval een rol spelen. Eerst de ontdekking van het orchestrion, toen de mogelijkheid om een tingeltangel te redden en tenslotte het verkrijgen van een pianola.

Nu terug naar het verhaaltje over de pianola. Daarmee aan de slag gaande heb ik boeken gelezen en op Internet gespeurd om mij te kunnen inleven in het onderwerp. Zo vond ik de ontwikkeling en samenhang van  automatische snaarinstrumenten. De basis was daarbij altijd een snaarinstrument met ingenieuze technieken om de snaren te bespelen. In de Middeleeuwen paste men al een houtenrol (cilinder) toe beslagen met spijkertjes. Daarmede was de cilinderpiano (tingel tangel) geboren. De mensen zijn vernuftig om beperkingen op te heffen. Zo ontstond, na een paar eeuwen ontwikkeling, eerst de orchestrion en als laatste de pianola.

Het is louter toeval dat in ons museum snaarinstrumenten aanwezig zijn, die kenmerkend zijn voor de ontwikkeling van automatisch spelende piano’s. Naar mijn oordeel zijn alleen in het Nationaal museum van Speeldoos tot pierement en museum Musica in Stadskanaal dergelijk voorbeelden op veel uitgebreidere schaal aanwezig. Maar dat is dan ook hun kerntaak, zoals dat zo mooi heet. Zij hebben namelijk geen andere zaken zoals stoommachines, winkeltje enz.  Onze kerntaak is het conserveren en tonen van ambachten, machines en gereedschappen in zijn meest ruime zin. Daartoe behoren ook onze groep snaarinstrumenten. Laten we er trots op zijn en ze spelend zien te krijgen.”

Hajo Hoeksema (1929-2010)