De familie Timmer uit Noordlaren

Martie Timmer is getrouwd met Willem Timmer, de eerste Timmer die niet meer actief geweest is in het kruidenierswinkeltje dat in 1890 is gestart.
Hij is in de reeks het 5e geslacht. Martie en Willem hebben een zoon en een dochter Dieteke. Martie en Dieteke Timmer zijn vrijwilliger in molenmuseum “De Wachter”.
Voor het boek “De Wachter: Een wonder!” leverde Martie de volgende bijdrage.
Het is de geschiedenis van het kruidenierswinkeltje dat oorspronkelijk in Noordlaren was gevestigd en dat nu binnen de muren van het Molenmuseum is opgenomen.

De geschiedenis van `De vier geslachten Timmer’ begint in dit geval met:

Geslacht
-1-
-2-
-3-
-4-
-5-
-6-
Trijntje Timmer Hendrik Timmer,
getrouwd met
Maria Rutgers
Roelof Timmer ,
getrouwd met
Zwaantje Kuipers
Albert Timmer,
getrouwd met
Sietske Faber
Willem Timmer,
getrouwd met
Martie Vrieling
Dieteke Timmer

Willem Timmer volgde zijn vader niet op, maar hield wel het museumwinkeltje in stand.

In 1890 was bet-over-grootmoeder Trijntje Timmer weduwe geworden.
Zij bleef met een aantal kinderen achter. In die tijd waren er nog geen sociale voorzieningen.
Men moest maar zien, hoe men door het leven kwam.
Zij ging dan ook op pad met aan iedere arm een hengselmand en verkocht zo huis aan huis onsjes koffie, thee, cichorei, suiker enz.
Het waren lange dagen, want zij liep in Noordlaren en omgeving en ook in Midlaren.
Op deze manier kon ze in haar levensonderhoud en dat van haar kinderen voorzien.
Ze behoefde zo geen geld bij de diaconie te vragen, want dat zag men als het laatste redmiddel.
Na een aantal jaren kon zij dit werk niet meer doen. Het werd overgenomen door haar zoon Hendrik Timmer.

Huisje-van-de-winkel

Rechts:
Hendrik Timmer, zoon van de grondlegster van het winkeltje, en zijn vrouw
Maria Rutgers.
Links:
In dit huis te Noordlaren werd de eerste echte winkel in de schuur afgetimmerd.

HendrikenMaria

Hendrik was inmiddels getrouwd en timmerman van beroep. Hij woonde midden in het dorp Noordlaren.
In een afgetimmerde hoek van de schuur had hij een soort winkeltje ingericht, waar de bevolking haar boodschappen kon halen.
Dat was gemakkelijk, want Noordlaren had geen kruidenier. Ook dit heeft een aantal jaren geduurd.
De familie breidde zich uit en ondertussen was de zoon van het echtpaar Timmer, Roelof, getrouwd.
Er werd toen een huis gebouwd aan de Zuidlaarderweg 42 met een heuse winkel erin.
De toonbank en de koffiemolen werden op een boeldag gekocht. Dat was in 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog.
Voor Noordlaren was dit een grote luxe, want er was in het hele dorp geen winkel.
Roelof Timmer ging er wonen met vrouw en twee kinderen.
Men kon dit zo doen, er waren geen diploma’s nodig. Was je ergens handig in, dan kon je daarvan jouw beroep maken.
Het waren lange zware dagen voor de nieuwe kruidenier.

Roelof-bij-winkel

De winkel, gebouwd in 1916.

Ervóór staan v.l.n.r.:
Albert, Marie, de hond Juno, Zwaantje en Roelof Timmer.

 

 

De eerste jaren trok hij door weer en wind er met de hondenkar op uit over de veelal modderige zandpaden in Noord- en Midlaren.
Vaak was de kruidenier de enige verbinding met het dorp.
Hij kreeg daardoor een speciale functie.
De dorpsnieuwtjes werden verteld, problemen met bedrijf en familie werden aangehoord.
Daar hoorde vaak een kopje koffie bij. Het was oppassen met besmettelijke ziekten.
Als dat het geval was, dan dronk hij daar dus geen koffie.
Er werd hem vaak gevraagd, of hij een of ander middeltje had voor bepaalde kwalen.
Soms was dat wel het geval, soms niet. Dan raadde de kruidenier aan om de dokter te laten komen.
Nou, dat was ernstig. De armoede was groot en meestal had men geen geld om de dokter te betalen en verzekerd was men al helemaal niet.
Er werd vooral bij winterdag, als er weinig verdiensten waren, flink gepoft: gekocht zonder te betalen.
In de zomer was er weer werk en dus inkomen.
Dan werden de gemaakte schulden weer afgelost.
Soms overleden mensen tussentijds; dan kon je naar je geld fluiten!
Ook in het kruideniersvak stond de ontwikkeling niet stil.
Na de hondenkar ging men met paard en wagen op pad, een hele vooruitgang.
Het ging sneller en men kon meer meenemen.

Roelof-bij-groothandel
Rechts:
De streekwinkel floreerde; Roelof ging met paard `Bruun’ en wagen op stap.
Links:
Roelof Timmer met wit paard, Jopie geheten, om goederen op te halen bij
een groothandel in de Ebbingestraat in Groningen.
Roelof-met-kar

Ook Roelof kon het op een gegeven moment niet meer aan. Zoon Albert Timmer nam toen de zaak over.
Alhoewel hij als kind in het vak was opgegroeid, moest hij, toen hij de winkel overnam, wel zijn `papieren’ halen.
Vakdiploma’s voor kruidenier en drogist waren noodzakelijk.
Ze verkochten van alles zoals: koffie, thee, tabak, serviesgoed, groene zeep, erwten, bonen, scheer¬zeep, klompen, paardentouwen, petroleum, drogisterijartikelen, schoteldoeken, dweilen, aardappelkrabdoppen en boter, teveel om op te noemen.
Alles werd ter plekke afgewogen.
De koffie werd gemalen, terwijl je erbij stond, want dan kon de winkelier er niet stiekem een mindere kwaliteit bonen in doen.
Daar moest je wel even op wachten, maar zo konden ook alle dorpsnieuwtjes uitgewisseld worden.
Moeder de vrouw bleef thuis om op de winkel te passen en de leveranciers te ontvangen en te betalen.
Na verloop van tijd deed de bestelauto zijn intrede.
Vooral bij winterdag was dit soms lastig, want op de zandwegen bleef je nogal eens vastzitten in de modder of sneeuw.
Dan was het lopen geblazen om hulp te halen.
Noordlaren heeft een periode gekend, dat er zeven kruideniers waren, o.a. enkelen, die de boodschappen op de fiets rondbrachten.
Vooral bij welgestelde boeren gebeurde dat. Men dacht: een kruidenier, die met een paard en wagen komt of zelfs met een auto, die heeft het te goed!
Men wilde graag standverschil zien; vandaar, dat er eentje op de fiets langs mocht komen.
Al deze kruideniers hebben het niet lang volgehouden.
De familie Timmer was de eerste èn de laatste kruidenier in Noordlaren.

Albert-en-Zus

  De laatste telg, Albert Timmer.
Met hem is de familiewinkel Timmer afgesloten.
(hier met zijn vrouw Sietske Timmer-Faber)

In 1976 is Albert Timmer vanwege zijn gezondheid met het werk gestopt.
Hij kon het dagelijkse getrek niet meer volhouden.
De concurrentie van de grote supermarkten was de oorzaak, dat zijn zonen het niet aandurfden om de zaak voort te zetten.
Men heeft tegenwoordig meestal een auto en dus gaat men naar de supermarkt om zijn boodschappen te halen.
Heeft men echter wat vergeten, dan nog maar even naar de kleine winkel in het dorp.
Zolang daar licht brandde, kon je er altijd terecht.
Helaas kan de kruidenier daarvan niet bestaan.

Zo is er een eind gekomen aan het bedrijf van `De vier geslachten Timmer’.

Albert Timmer heeft eind zeventiger jaren in de schuur van zijn huis aan de Zuidlaarderweg een kruideniersmuseum ingericht met artikelen uit 1900 -1970.
Men had het nodige bewaard.
Ze hadden tenslotte twee oorlogen meegemaakt: 1914¬1918 en 1940-1945.
Toen was er schaarste aan van alles en nog wat. Je kon nooit weten, wat er komen zou.
Er was veel belangstelling voor het museum, maar het bejaarde echtpaar verhuisde in 1990 naar een kleinere woning en kon het geheel niet meer runnen.

Het vijfde geslacht, zoon Willem, kwam met zijn gezin in het huis aan de Zuidlaarderweg te wonen.
Hij heeft het museum nog enkele jaren opengehouden, maar het aantal bezoekers liep terug.
Het werd tijd om iets anders te bedenken en er is toen contact gezocht met Molenmuseum “De Wachter”.
Op de vraag, of we misschien konden samenwerken, werd zeer positief gereageerd.

Zij hebben op zolder een ruimte gecreëerd, zoals wij  (de familie Timmer) dat graag wilden hebben, en sinds 1995 zijn wij ook onderdeel van het molenmuseum.

martie-en-Dieteke

Dieteke, met op de achtergrond Martie Timmer (samen het 5e en 6e geslacht) laten de jeugd zien “hoe het vroeger was”

Mijn dochter Dieteke en ik zijn allebei vrijwilligster in de molen. Als wij dienst hebben, staan wij in het winkeltje.
Er is getracht het in de stijl te houden, zoals het vroeger was.
Wij (en ook andere vrijwilligers) vertellen over de geschiedenis van het winkeltje en zijn eigenaars en we verkopen snoep en kleinigheden uit vroeger tijden.