Het walsen gaat terug tot in een ver verleden: Assyrië, Babylon, China,
Peru, het oude Griekenland.
De Romeinen waren uitstekende wegenbouwers, al dienden hun duizenden kilometers
wegen in Europa en Noord Afrika voornamelijk militaire doeleinden.
Het idee om een wegdek te verbeteren, te egaliseren met behulp van een zware
of verzwaarde rol, is eigenlijk al heel oud.
Heel vroeger nam men daarvoor een grote cilindervormige steen, die werd voortgetrokken
door ossen.
De Romeinen gebruikten als trekkracht ook wel slaven!
Napoleon begreep de betekenis van een goed wegenstelsel en richtte er zelfs
een aparte dienst voor op: het Départment des Pont et Chaussées.
In Engeland begon een systematische verbetering in de constructie van wegen
in 1823. Mac Adam ontwierp toen voorschriften met betrekking tot de bouw van
een type steenslagweg, die zijn naam zou gaan dragen (macadam).
Wat ons land betreft: in de 15e eeuw was er nog maar één verharde
weg, die tussen Utrecht en De Bilt.
In de Franse tijd begon de wegenaanleg pas goed mèt de door Trésaguet
en Mac Adam ontwikkelde ideeën.
Vóór de komst van de stoomwals d.w.z. de wals die zichzelf kon
voortbewegen waren er de (kleine) handwals en de paardewals.
Het eerste patent voor zo'n stoomwals" vinden wij niet in Engeland, maar
in Frankrijk.
Een zekere Louis Lemoine, werkzaam bij de gemeente Bordeaux, kreeg het in 1859.
Zeker, er zijn uit die tijd onbevestigde berichten over andere, soortgelijke
ontwerpen.
Voor het op stoom brengen van de machine was anderhalf uur nodig om een druk
op te bouwen van ongeveer tien tot twaalf atmosfeer. Er waren een en twee cilndermachine's.
Het water werd door middel van een injecteur in de ketel geperst.