Het Imhof & Mukle Orchestrion

Levensloop Orchestrion.

orchestrion1. Grootvader Hendrik van Bon had een oliemolen in Plankensloot, een dorpje vlak bij Zuidlaren.
Zijn broer Egbert van Bon heeft molen "De Wachter" gebouwd en is er naast gaan wonen. In 1895 koopt grootvader Medendorp deze molen. Zijn kleinzoon Diek Medendorp vertelt het verhaal over het orchestrion.

2. Grootvader Hendrik van Bon verhuist op een gegeven moment naar Vries/Zuidlaren en begon een café. Dit café bestaat heden ten dage nog onder de naam "Perron 3" bij de spoorwegovergang in Tynaarlo. Hij had twee zoons. Zoon Klaas heeft in ongeveer 1918, het café overgenomen. De andere zoon, Berend geheten, had een pension in Zuidlaren. Die zijn zoon heette Henk van Bon en werd later technisch directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem. Hij kende Diek Medendorp.

3. Zoon Klaas was niet getrouwd en verkocht het café aan Oosterop. In 1939 verkocht Oosterop het café aan Blauw. Oosterop is tijdelijk gaan wonen aan de Zuiderstraat in Zuidlaren.

advertentie 19414. In zijn schuur had hij caféspullen opgeslagen, waaronder het orchestrion. In 1941 bood hij deze spullen te koop aan in de krant (zie bijlage). Zelf was hij indertijd reeds verhuisd en woonde in eenwoonboot aan de Hoogeveensevaart.

5. Diek Medendorp heeft hem daar bezocht en betaald. Zover hij weet heeft hij er fl.200,00 voor betaald. De reis kon hij zich nog zo goed herinneren, omdat er een dichte mist hing en ze het raampje van de auto moesten opendraaien om de weg te kunnen zien.

restauratie>de werkplaats6. In januari 1945 heeft Henk van Bon Dick Medendorp gevraagd molens te komen restaureren. Hij werd aangesteld als technisch ambtenaar bij het Openluchtmuseum in Arnhem en moest zelf voor de kost zorgen, maar mocht in het koloniehuis, in eigendom van Openluchtmuseum, wonen.

7. Samen waren ze, i.v.m. de wederopbouw, veel op stap. Zo vertelde Medendorp hem dat hij een orchestrion had, dat bij zijn vader in de schuur stond. Van Bon stelde voor het orchestrion in bruikleen te geven aan het Openluchtmuseum. Niet iedereen was het met deze actie eens, omdat men dit niet vond passen in het museum. Hoe waar blijkt na jaren deze visie geweest te zijn.

8. In die opbouwperiode na de oorlog werd door Medendorp de molen in Spijkerboor en de poldermolen in Noordlaren afgebroken. De onderdelen van de molen in Spijkerboor werden voor de restauratie gebruikt, de poldermolen is weer opgebouwd in het museum. Tijdens één van deze transporten is het orchestrion naar Arnhem vervoerd.

9. In de zomer van 1947 heeft Medendorp ontslag genomen , omdat hij als technisch ambtenaar te weinig verdiende.

10. Naar aanleiding van een brief van het Openluchtmuseum (16-06-98) ontvangen door de Stichting, waarin wordt aangegeven dat voor vele objecten een nieuwe bestemming wordt gezocht, o.a.. voor de ochestrion. Het toeval wil dat de dag vóór een geplande reis naar Arnhem de herbestemming van het ochestrion ter sprake kwam en Medendorp zei: "Dat is mient". In een brief, gedateerd 7 juli 1998, beschrijft hij de ochestrion en het bleek te kloppen.

restauratie11. Op 21 december zijn Medendorp en Hoeksema naar het Openluchtmuseum gegaan met als doel de directie te overtuigen, dat Medendorp eigenaar van het orchestrion is en deze het in 1947 aan het Openluchtmuseum in bruikleen heeft gegeven. Als bewijsstuk is de complete jaargang van de Oostermoer/Noorderveldkrant uit 1941 meegenomen. Aangezien het Openluchtmuseum in het geheel geen bewijsstukken kon overleggen is de directie tot de overtuiging gekomen dat het aannemelijk is dat Medendorp inderdaad de eigenaar is. Zij zullen het Ministerie positief adviseren ten gunste van Medendorp. blaasbalgjes

12. Op 30 december 1998 ging het Ministerie accoord en op 28 januari 1999 verzocht het Openluchtmuseum aan Medendorp het orchestrion op te halen.

13. Op 3 februari 1999 is het orchestrion opgehaald uit Arnhem. Na 58 jaar is het instrument weer terug in Zuidlaren. Alhoewel het instument geheel compleet is, is de staat waarin deze verkeerd dusdanig, dat er veel restauratiewerk uitgevoerd zal moeten worden, voordat het instrument weer speelklaar zal zijn.

14. Het Pianolamuseum, gevestigd in Amsterdam, heeft het instrument in het Openluchtmuseum geinspecteerd en concludeerde dat het instrument van het fabrikaat Imhof & Mukle was en dat er nog maar een handjevol vergelijkbare instrumenten in Europa en de VS aanwezig waren.
Het viel op dat het instrument, afgezien van de beschadigingen en andere tekenen van verval, nog in authentieke staat verkeerde. Omdat er geen technische tekeningen en verdere gegevens meer aanwezig zijn dient de restauratie zeer zorgvuldig uitgevoerd te worden om de authentieke staat te handhaven.

15. Vrijwilligers (zie foto's) werken inmiddels al meerdere jaren aan de restauratie van het orchestrion.