Molendichtheid
Waar men ook in Nederland rond toert, vroeg of laat kom je vast wel een molen
tegen.
De plek, waar er eentje gebouwd werd, aan een aantal voorwaarden moest voldoen.
Aan - en afvoermogelij kheden, aantal inwoners, aanwezigheid van grondstoffen
en de vrije windvang, om er maar een paar te noemen, zijn heel belangrijk.
Het is dus niet verwonderlijk, dat ook nu nog de meeste molens in de kustprovincies
staan. Zuid- Holland is met 213 de kampioen. Gelderland komt echter op de tweede
plaats, wat vooral te danken is aan de vele bewaarde (wind)watermolens in het
rivierengebied.
Opvallend is, dat in de graan provincies Groningen en Zeeland nog veel korenmolens
staan.
In Drenthe staan nu nog 39 en in Utrecht 32 molens. De beide laatste provincies
waren vroeger relatief dunbevolkt en de aanwezige bossen bevorderden het gebruik
van molens zeker niet.
In Drenthe vinden we de meeste in het vlakke zuiden en zuidwesten en in het
noorden.
In de eigen omgeving komen we ze in de archieven ook soms tegen:
1781 Midlaren: gekocht huis en boekweitmolen voor f 900,-. Schultenarchief 261,no.122.
1783 Berend Trip heeft aan Wolter Mels te Eelde verkocht de Midlaarder molen,
muldershuis en hof voor f 3000,- met recht van beklemming van zijn broers en
zusters.
1795 22 october. Korenmolen te Zuidlaren; verzoek van H. Reinders om een molen
te mogen bouwen.
Doordat de nederzettingen klein waren, bedienden de graanmolens vaak twee dorpen.
Voorbeelden hiervan zijn de molens, die gestaan hebben tussen Harenermolen en
Noordlaren en tussen Annen en Anloo (bij het viaduct van de N34). Tussen Zuidlaren
en Midlaren heeft de molen gestaan bij het huis met de linde (afgebroken).
De aanwezigheid van veel eikenhakhout was ongetwijfeld de reden, dat in Noordlaren
in 1842 een zgn. runmolen werd gebouwd. Hier werd eikenschors gemalen voor gebruik
in de leerlooierij .
Toen Jan Medendorp in 1895 `De Wachter' kocht, bleek daar nog een leerlooierij
op het terrein aanwezig te zijn. De werkplaats was verbouwd en er woonden drie
gezinnen in. In 1924 werd het geheel afgebroken. Of er in de eveneens aanwezige
leemkuilen daadwerkelijk leergelooid werd, is niet bekend.
In Plankensloot was in 1837 een combinatie van een olie- en houtzaagmolen verrezen.
Met de poldermolen in De Groeve was dus het aantal molens in deze streek relatief
groot.
Voor een overzicht van de aantallen molensdie Drenthe in de loop der tijd heeft
gehad ![]()
Voor een overzicht van de nu nog aanwezige molens
Kaart van Drenthe met alle molens ![]()
Tenslotte is er een overzicht van de verdwenen molens in de gemeente Tynaarlo
![]()