Geschiedenis van "De Wachter"
De oudste molens in de omgeving lijkt de Midlaarder korenmolen. De geschiedenis hiervan gaat terug tot 1602 (klik hier voor meer)
De geschiedenis van "De Wachter" voert terug naar het midden van de
19e eeuw (1851). In dat jaar laat Egbert van Bon aan de Zuidlaarder Vaart
de molen bouwen. Molenbouwer is warschijnlijk Kruijer uit Assen. De boekweit-
annex oliemolen wordt betaald met de bruidschat van zijn vrouw Anna Bazuin.
Egbert van Bon is een zoon uit een molenaarsgeslacht Van Bon van de Plankensloot
in Midlaren![]()
In 1895 komt de molen in handen van de Zuidlaarder familie Medendorp, die al
snel de beslissing neemt om de olieslagerij en de specerijenmaalderij te mechaniseren.
Kleinzoon Medendorp is heden ten dage nog molenaar/molenbouwer van "De
Wachter", zij het in ruste. ![]()
Die mechanisatie was destijds bittere noodzaak, omdat molens aan het eind van de vorige eeuw geduchte concurrentie kregen van betrouwbare energiebronnen zoals stoommachines en later de diesel-en elektromotoren. Alleen hierdoor kon de productie planmatig worden gerealiseerd, hetgeen met wind onmogelijk was. Molenaars stonden dus voor de beslissing, moderniseren of sluiten. De familie Medendorp koos voor de eerste optie.
"De Wachter" krijgt
in 1898 twee stoominstallaties. De ene wekt elektriciteit op voor de olieslagerij.
Men bedenke wel, dat Zuidlaren pas in 1921 voorzien werd van elektriciteit.
De andere, drijft via drijfriemen, de specerijenmaalderij aan.
Onder in de molen worden oliehoudende zaden geperst ofwel geslagen. De aldus
verkregen olie dient als grondstof voor de zeep- en verfindustrie. Van het residu
wordt veevoeder gemaakt. De specerijenmaalderij verpulvert specerijen als nootmuskaat,
kaneel, peper, en kruidnagel. Voor het malen van het graan blijft de molen afhankelijk
van de wind.
Verval van molens.
In de dertiger jaren moeten veel Nederlandse molens de ongelijke strijd met
de industrie staken en raken in verval. Van de circa tienduizend molens in Nederland
zijn er heden ten dage nog ongeveer duizend over, waarvan slechts vijfhonderd
maalvaardig. Zo raakte ook "De Wachter" in verval. In de twintiger
jaren worden de olieslagerij en de specerijenmaalderij gesloten en vele onderdelen
uit de molen gesloopt, zo ook o.a. de stoommachines. In 1950 besluit molenaar
Medendorp ook de korenmolen stil te zetten. Het einde voor "De Wachter"
is dan nabij.
Restauratie, een kwestie van lange adem.
Molenaar en molenbouwer Medendorp, die nog steeds naast de molen woont, vat
echter al snel het plan op om "De Wachter " in zijn oorspronkelijke
staat terug te brengen. Hij brengt daartoe ondermeer de stoommachines terug.
Het ministerie van CRM (Cultuur: de voorloper van het huidige departement van
WVC) bestempelt de Zuidlaardermolen tot "Rijkserkend Monument" en
stelt subsidie beschikbaar voor de restauratie van het casco. In de jaren zeventig
wordt een begin gemaakt met de herstelwerkzaamheden. Vanaf 1987 is de restauratie
goed op gang gekomen. De korenmaalderij en de olieslagerij zijn geheel gerestaureerd
en verkeren weer in goede conditie. Ook uitwendig verkeert de molen in perfecte
staat.
Begin jaren negentig zijn de stoommachines aangewezen als rijksmonument en evenals
de molen zelf, met behulp van vele vrijwilligers gerestaureerd.
Oude ambachten zijn weer "in".
Sinds 1987 doet de Stichting Koren- en Oliemolen "De Wachter" in Zuidlaren
haar best om van het complex een cultuurhistorisch museum te maken, waarin worden
belicht: - alle facetten van het koren- en specerijen malen en het slaan van
olie, - de overgang van wind naar stoom als aandrijving van de molen,
- diverse ambachten die te maken hebben met het malen van koren en specerijen,
het bouwen van molens, het bakken van brood enz.
Het museum bestaat uit twee delen en wel de koren- en oliemolen en de specerijenmaalderij.
Onder het motto "Van koren tot ons dagelijks brood" laat het museum
de authentieke produktiewijze aan de bezoekers zien.
In de uitbreiding, een gebouw in de stijl van anno 1900, is een ambachtelijke
bakkerij ondergebracht, waarbij o.a. de mengmachine voor het kneden van het
deeg aangedreven wordt door een stoommachine. Een bakkerswinkeltje van toen
completeert het geheel. In het bijgebouw is ook een molenmakerswerkplaats ondergebracht,
waarin zich molenmakersgereedschappen bevinden, beschikbaar gesteld door "De
Hollandsche Molen" en dhr.Medendorp. Een smederij maakt hiervan deel uit.
Naast de molenmakerswerkplaats heeft het kruidenierswinkeltje "De vier
geslachten" uit Noordlaren een rustplek gevonden. U zult zich afvragen,
wat dit winkeltje in deze molen doet. De reden is eenvoudig. De vijfde telg
Timmer heeft een ander beroep gekozen en wilde deze unieke collectie niet alleen
voor het nageslacht bewaren maar ook aan bezoekers laten zien hoe een dorpswinkeltje
er zo rond de eeuwwisseling uitzag.
In 2001 is de uit 1907 stammende stelmakerij (van de gebr. Dijkhuizen uit Gieten)
en een grote collectie oude landbouwgereedschappen en gebruiksvoorwerpen (collectie
Jan Barkhof uit Yde) in eigendom verkregen. Eind 2001 heeft de familie Westerhof
uit Tynaarlo de klompenmakerij aan de Wachter geschonken.
De stelmakerij en het landbouwgereedschappen zijn opgeslagen, terwijl dhr Westerhof
de klompenmakerij in Tynaarlo tot eind 2006 in gebruik heeft gehouden. Voor
het tentoonstellen van al deze zaken bij de Wachter zijn plannen voor uitbreiding
ontwikkeld en in 2006 gerealiseerd. Eind 2006 is een tentoonstellingsgebouw
van ca 1800 m2 (kelder, begane grond en etage) opgeleverd. Het is grotendeels
casco gebouwd. De installaties(gas/water/licht/lucht) zijn/worden door de eigen
vrijwilligers aangelegd. Ook wordt het schilderwerk in eigen beheer gerealiseerd.
In 2005 is door eigen vrijwilligers een sprinklerinstallatie in het molen/museumcomplex
aangelegd om eventuele brandschade tot een minimum te beperken. Een zelfde installatie
wordt ook in de uitbreiding gerealiseerd.
.
Wat is de molen "De Wachter" zonder enthousiast vrijwilligers.
Ruim 130 vrijwilligers (dames en heren) beheren en exploiteren met elkaar dit
uniek museum. Betaalde krachten zijn niet aanwezig. Om het in goede staat te
houden heeft ieder z'n plekje gevonden. Zo staat de één in de
bakkerswinkel en de ander laat de stoommachines draaien of maakt de vloeren
schoon. Als de molen open is, zorgen zij er voor dat er altijd wel iets te doen
valt en komt iedere bezoeker van jong tot oud aan zijn trekken. Ook worden buiten
de openstellingstijden veel schoolkinderen geïnformeerd en rondgeleid.
Wij hopen dat onze kindskinderen ons dankbaar zullen zijn voor hetgeen we nu
aan het doen zijn. Het is misschien een idealistische gedachte, maar wij vinden
dat ons cultureel erfgoed niet zo maar verloren mag gaan.
Voor een historisch overzicht is er een speciale
pagina ![]()
Ook is er een pagina met molens in de
omgeving
en
over de molens in Drenthe ![]()